Gek van paarden

Wendy kwam eerder toevallig in de paarden terecht, niemand van de familie had iets met paarden maar toen ze als negenjarige in Tervuren verhuisde en vanuit haar slaapkamer zicht had op de buitenpiste van een manege was ze al vlug door de paardenmicrobe gebeten. Zoals velen begon ze eerst op lespaarden en een paar jaar later kwam er een eigen paard. Ze heeft trouwens nu nog een eigen paard dat ze drie keer in de week probeert te rijden.

Sport als beroep

Sport was altijd al belangrijk voor de Vlaams Brabantse, zij behaalde een master in LO aan de VUB, met optie management en deed ook nog een postgraduaat business management. Aan het einde van haar studies soliciteerde ze bij Bomari (de toenmalige bond van maneges en rijscholen), die job kreeg ze niet maar ze werd meteen door Lies Vlaminck gevraagd om bij de Vlaamse Liga Paardesport aan de slag te gaan. In 2011 maakte ze op vraag van Ingmar De Vos de overstap naar de KBRSF, in eerste instantie als sportief directeur, maar toen Wendy in Brussel aankwam was Ingmar al aan de slag bij het FEI en werd ze de ad interim directeur.

Ervaring als chef de mission

Wendy is ondertussen al aan haar derde FEI World Equestrian Games toe en kent ondertussen wel de do’s en don’ts.

Wendy: “Ik had het geluk in 2010 als topsportcoördinator mee te kunnen met Ingmar De Vos naar de FEI WEG in Kentucky. Ik was er zijn assistente en ik heb er heel veel geleerd zowel organisatorisch als sportief. Zo weet je wat belangrijk is en dat kunnen kleine dingen zijn. Voor de ruiters is het bijvoorbeeld erg belangrijk dat het hotel heel dichtbij is, ze hebben maar 1 paard bij, en kunnen dus niet de hele dag op stal zitten. Als ze dan tussendoor even naar hun kamer kunnen geeft dat rust.”

The road to Tryon

Aan de muur bij Wendy hangt de kalender van de maanden augustus en september op postergrootte aan de muur. Je ziet dadelijk waar de focus op ligt volgend jaar.

Wendy: “De voorbereiding voor Wereldspelen overzee is enorm, de Belgische delegatie bestaat volgend jaar uit niet minder dan 85 mensen en 41 paarden. Ik was net als andere chefs de mission al in Tryon. De infrastructuur is fenomenaal maar er moet nog veel gebouwd worden. Vooral de hotelaccomodatie die beloofd werd aan de federaties, zodat de atleten op de site kunnen logeren, is nog onbestaande.”

De ambities

Met de huidige prestaties van onze springruiters mag België zeker ambitieus zijn, maar hoe zit het met de andere disciplines?

Wendy:” Voor de springruiters denk ik dat we een teammedaille mogen ambiëren en zelfs individueel ligt een medaile binnen de mogelijkheden. We hebben nog nooit zoveel ruiters in de top 100 van de wereld gehad. Het belangrijkste is echter bij de top zes te eindigen in de team ranking, want dat levert een ticket op voor de Olympische Spelen in Tokio. Ook voor eventing staat er een ticket voor Tokio op het spel, en ook hier behoort een top 6 plaats tot de mogelijkheden. Voor dressuur hopen we vooral op individuele prestaties. Tot daar de olympische sporten.

Bij de reining zijn we absolute wereldtop met Bernard Fonck als individueel Wereldkampioen en een team dat ook goud behaalde dit jaar, dus hier liggen de verwachtingen erg hoog. Voor het vierspan mennen nemen we drie menners mee, een zware kost want dat zijn 15 paarden, maar met de huidige topprestaties van onze jonge menners moeten we dat gewoon doen. Zij behoren zeker tot de medaillekandidaten per ploeg. Bij para equestrian dressage mikken we vooral op individuele medailles en bij endurance is de ambitie een top-5 in team.

Het budget

Wendy: “De KBRSF probeert tussen de Wereldspelen in telkens een spaarpot aan te leggen voor dure verplaatsingen zoals Tryon. De begroting voor Tryon bedraagt 800 000 Euro, afhankelijk van de definitieve prijzen van de hotelovernachtingen van atleten en entourage kan dat nog wijzigen. Gemiddeld kost de vlucht van een paard met materiaal en voeding ongeveer 15 000 Euro. We krijgen gelukkig steun van het BOIC, Sport Vlaanderen en het ADEPS die elk 100 000 Euro bijdragen.”